SV Voerendaal heeft mij gevraagd om interessante stellingen of partijfragmenten uit de interne competitie te bespreken. Met graagte heb ik hierin ingestemd. 
In de eerste ronde stuurde Frans Lipperts een heel interessante stelling op. In eerste instantie ziet de stelling er eenvoudig uit, maar naarmate je dieper gaat graven, kom je meer finesses tegen.
Wellicht dat er in onderstaande analyse voor u ook leerzame momenten aanwezig zijn.

                                                                                                                        Maes, Berry -Lipperts, Frans, Klimmen 2014.09.17

Stelling na 20.h4

Dit is een fragment uit de partij Berry Maes-Frans Lipperts uit de eerste ronde. Op dit moment heeft wit net 20.h4 gespeeld. U vindt hieronder mijn bevindingen van de partij en daarnaast treft u ook de commentaren van Frans (FL) aan.

In het diagram (na 20.h4) is het na een paar mindere zetten van zwart nog een geluk dat de zet .......f7-f5 de boel nog redt.(FL)

Wanneer ik de stelling ga beoordelen dan valt mij op dat zwart de enige open lijn beheerst. De vastgelegde pionnenstructuur, c5, d4 van wit en c6, d5 voor zwart, zijn in het voordeel van de zwarte loper. In een pionneneindspel zal wit de betere kansen hebben vanwege het feit dat hij slechts twee groepjes heeft en zwart drie. Pion a6 kan dan een probleem opleveren. De positie van de witte dame is actief maar zij staat ook kwetsbaar. De positie van de zwarte loper en het zwarte paard oogt lelijk. Het zwarte paard heeft weinig vluchtvelden.
Kortom: Op de korte termijn heeft wit een voordeeltje vanwege de kwetsbare stand van de zwarte stukken; in het middenspel en lopereindspel heeft zwart de betere kansen vanwege de centrale  pionnenstructuur. In een toren- of pionneneindspel gaat de voorkeur naar de witte stelling omdat zwart meer kwetsbare pionnen heeft. De bedoeling van het schaken is dat je een plan weet te maken dat aansluit bij de kenmerken van de stelling.
Plan voor wit: Ruilen van de lichte stukken en afwikkelen naar een eindspel.
Plan voor zwart: Stukken op het bord houden en zwaktes creëren in het witte kamp.

20... f5
Deze zet is gedwongen om stukverlies te voorkomen.

21. Bxg5!
Wit heeft baat bij stukkenruil en wikkelt af naar een zwaar stukkeneindspel.

21.....Bxg5?
Ik denk dat Frans hier de verkeerde keuze heeft gemaakt. Het is belangrijk voor zwart om zijn stukken op het bord te behouden. 
Frans moest zich daarom buigen over de volgende variant:  21... fxg4! 22.Bxe7 Rxe7 23. Pc3 Rb8 24.b3 Rb4 25.Rd3 Bg7


zwart heeft zijn stukken weten te activeren en kan druk uitoefenen op de pionnen d4 en b3. Daarnaast zal in een eindspel met pionnen op beide vleugels de loperpartij iets in het voordeel zijn vanwege de actieradius van deze loper. Hier staat zwart zeker niet slechter.

22. Qxg5 Qxg5 23. hxg5 Rxe2 24. Rfe1


Na de ruil van de lopers, dames en paarden komen we in het bovenstaand diagram terecht. Berry zei na afloop dat hij hier 24.. ..Txb2 verwacht had en waarschijnlijk had ik dat ook beter kunnen doen. Ik zag dat hij via e6 ook met zijn toren kon binnendringen en heb daarom er vanaf gezien.(FL)

De zet van Berry (21.Tfe1) is heel slim. Hij biedt zijn b-pion aan om zijn toren(s) te activeren. De witte toren kan dan zowel op e6 als op e7 binnen vallen. Persoonlijk val ik het liefste op de zevende rij binnen (Nimzowitsch) want dan ben je dicht bij de vijandelijke koning en dan kun je met eventuele matdreigingen werken. Vanwege het feit dat er twee paar torens in het spel zijn, is de kans op eeuwig-schaak-mechanismes erg groot.

Op dit moment moest Frans de consequenties van slaan op b2 serieus gaan berekenen. Laten we na 24... Rxb2 eerst de zet van Frans bekijken 25. Re6 Rxa2 26. Rxc6

Met de 26... Rd7! voorkomt zwart verdere activering van de witte toren.
(Foutief is het activeren van de zwarte toren middels 26... Re8 27. Rxc7 Ree2 28. Rb1 omdat zwart gedwongen is om deze toren weer te ruilen .Na 28....Rab2 29.Rxb2 Rxb2 30. Rd7 kan wit door het activeren van de witte koning winnen. Bijvoorbeeld 30....Rc2  31.Kh2! Rc4 32.Kg3 Kf8 33.Kf4! Rxd4+ 34.Ke5 en wint. Zie onderstaand diagram:



27. Rb1 Rd2 28.Rb7 Rd1+!  29.Kh2 Rxd4 30.Rxa6 Rh4+ 31.Kg3 Rg4+ en zwart staat zeker niet minder. Zie onderstaand diagram


Na 24....Rxb2 heb ik meer angst voor het actieve 25.Re7. Na 25....Rxa2 26.Rxc7 Ra4 27.Rxc6 Rd7 28.g3 a5 29.Ra6 Kf7 30.Kg2 heeft wit goede winstkansen.

 Conclusie: Het gevoel van Frans (dat slaan op b2 niet zo goed is) is correct, maar zijn argumentatie (25.Te6) niet. Het blijkt dat het binnenvallen op de zevende rij (25.Te7) veel gevaarlijker is voor zwart.

Het is begrijpelijk dat Frans kiest voor:

24....Rde8


Als trainingsopgave: Hoe beoordeelt u de stelling na 24....Rxe1 25.Rxe1 Rb8?



25. Kf1 


Na de tekstzet wilde ik de torens (nog) niet ruilen, maar toen hij f3 gespeeld had, dacht ik zijn koning met f4 te kunnen afhouden, maar mijn koning komt te laat op het strijdtoneel.(FL)

Dit is psychologisch gezien een lastig moment. Zwart beheerste de e-lijn, maar nu heeft wit deze geneutraliseerd. Het is lastig te aanvaarden dat een deel van je voordeel weggeëbd is. Misschien leef je zelfs in de veronderstelling dat je een voordeel hebt, terwijl je tegenstander beter staat. Één van de Seven Deadley Chess Sins (Rowson) is Wanting. In een stelling die gelijk of minder is "wil" men te veel.


25...R2e4!? 
De afwikkeling met 25... Rxe1+ 26. Rxe1  Re4?  beoordeelde ik (Tom Bus) helemaal verkeerd. Ik dacht dat zowel 21.Td1 als 21.Txe4 gunstig voor zwart zouden zijn. Ik redeneerde dat na 
27. Rxe4 dxe4 veld d5 en de doorgang naar de damevleugel vrij zou komen. Ik overzag echter dat na 28. Ke2 Kf7 29. Ke3 Ke6  het eindspel voor zwart verloren is!

Na 30.f3 exf3 31.gxf3 komt zwart in zetdwang!

26.f3!  Rxe1+  27.Rxe1 Rxe1+

Aangezien het pionneneindspel verloren is, zal zwart het moeten hebben van zetten als 27...Rb8

28. Kxe1 f4 29. Kf2

In dit diagram ging het tenslotte helemaal mis: Na

29.......h6 30. gxh6 g5 31. g3 Kh7

blijkt nog maar eens dat slaan bij ons spel niet verplicht is : Berry schoof het (uiteraard) gewoon met g4

dicht en won de race naar mijn a-pion. 1-0 dus, helaas! (FL)

 32. g4 Kxh6 en 1-0

Een zeer leerzame partij! Er zijn een aantal belangrijke momenten in de partij waar de spelers moeten bepalen welke stukken ze gaan ruilen of op het bord willen houden. De belangrijkste vraag is steeds: Welk plan moet ik kiezen dat overeen stemt met de eisen van de stelling?
Op zet 21 nam Frans de verkeerde beslissing. Vanuit een stelling die misschien iets beter was voor zwart, werd het voordeel overgegeven aan Berry. 
Berry heeft dit voordeel netjes uitgebouwd tot winst. De zwakte van pion a6, die in de opening en het middenspel misschien niet  zo'n grote rol speelde, bepaalde nu het verschil tussen winst en remise.

 

 

 

 

Schaakkalender

November 2019
Z M D W D V Z
1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30

Zoeken

Gebruikers Menu

Ga naar boven
JSN Boot template designed by JoomlaShine.com